31 maart 2026
Waarop letten bij de Leegstandwet?
Door de opkomst van thuiswerken, is er minder vraag naar kantoorruimte. Daarnaast zijn er complexen die niet meer voldoen aan de veranderende eisen en de eisen van functieveranderingen.
Lees meer
11 november 2025
De laatste jaren krijgen wij steeds meer vragen over de vergoeding van immateriële schade. Met name expats zijn gewend dat er naast een materiële schadevergoeding ziend op de daadwerkelijk gemaakte kosten, ruimte bestaat voor een vergoeding van minder concrete schade.
Denk hierbij aan zorgen, verdriet en impact op het privéleven. Hoewel de wet die mogelijkheid al lange tijd biedt, zijn rechters relatief terughoudend met toekenning van een dergelijke schadevergoeding.
Ook vanuit de politiek bestaan bezwaren; er wordt gevreesd voor een claimcultuur. Bovendien voorziet men een bepaalde mate van willekeur en onduidelijke bandbreedten bij de vergoeding van immateriële schade. Het is niet voor niets dat naasten in Nederland pas sinds 2019 een vergoeding voor affectieschade kunnen krijgen indien een partner of familielid overlijdt of ernstig gewond raakt. Nu men bij zaken over leven en dood al terughoudend was, bestond er nog minder draagvlak voor een immateriële schadevergoeding vanwege een gebrek in de (huur)woning. De Nederlandse wetgeving biedt die ruimte evenwel al geruime tijd. Een vordering hiertoe wordt met name in het huurrecht steeds vaker toegewezen.
Wanneer er sprake is van een gebrek dat voor risico van de verhuurder komt, kan een huurder naast een vordering tot huurprijsvermindering op grond van artikel 7:207 BW, ook een vordering tot vergoeding van materiële of immateriële schade instellen op grond van artikel 7:208 BW. Voor immateriële schade is artikel 6:106 BW relevant. Hierin staat dat een benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad, of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
Artikel 6:106 BW biedt eveneens een grondslag voor immateriële schadevergoedingen buiten het huurrecht; denk aan een VvE die onnodig draalt bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden, of een teleurgestelde koper van een woning met gebreken.
De lat voor toewijzing van immateriële schade ligt hoog. De eisende partij moet aantonen dat hij door het gebrek daadwerkelijk in zijn persoon is aangetast. De enkele aanwezigheid van een (ernstig) gebrek is onvoldoende; het causale verband tussen het gebrek en de aantasting in de persoon moet met concrete gegevens worden onderbouwd.
Ook in het vastgoed- en huurrecht kan met succes aanspraak worden gemaakt op een immateriële schadevergoeding. De lat ligt echter hoog, en de toegewezen bedragen zijn niet wereldschokkend. Desondanks is het zowel voor de eisende als de gedaagde partij van belang om met deze mogelijkheid rekening te houden.
Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.
NE:2022:2947, r.o. 3.23.
[2] Rb. Amsterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4076, r.o. 10.
[3] Hof Amsterdam 21 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1388, r.o. 4.10 e.v.
[4] Rb. Noord-Holland 18 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6641, r.o. 4.33.
Ja, als er sprake is van een gebrek in de woning dat voor risico van de verhuurder komt, kan een huurder aanspraak maken op een immateriële schadevergoeding. De lat voor toewijzing ligt echter hoog.
Nee, het is niet verplicht om huurprijsvermindering aan te vragen, maar het kan wel invloed hebben op de hoogte van de toegewezen schadevergoeding.
De impact op het leven zal goed gedocumenteerd moeten worden, en waar mogelijk onderbouwd met (medisch) bewijs.
Voorbeelden zijn zorgen over gezondheid door asbestblootstelling, langdurige stankoverlast die leidt tot stress of andere emotionele impact.